Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 12 april 2016
Parfumerie La Bourse Korte Lijnbaan B.V.,
Marcan Vastgoed B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
grief Ivoert La Bourse aan dat er, anders dan waarvan zij in eerste aanleg uit ging, niet een huurovereenkomst voor de duur van vijf jaar is gesloten, maar een huurovereenkomst voor de duur van tien jaar. Uitsluitend op die manier is immers te verklaren dat in artikel 9.5 van de huurovereenkomst een break-optie na vijf jaar voor de huurder is opgenomen.
Grief IIricht zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat Marcan voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij het gehuurde dringend nodig heeft voor duurzaam persoonlijk gebruik. Met
grief IIIvoert La Bourse aan dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat niet dan wel onvoldoende gemotiveerd is weersproken dat door de renovatie een positief rendement kan worden bewerkstelligd en
grief IVis gericht tegen de overweging dat Marcan voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een toegenomen vraag naar grotere huurobjecten.
Grief Vkomt op tegen de verwerping van het betoog van La Bourse dat Marcan misbruik van recht maakt, danwel dat de opzegging naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In
grief VIzet La Bourse, voor het geval het hof zou toekomen aan een belangenafweging als bedoeld in artikel 7:296 lid 3 BW Pro, haar belangen tegenover die van Marcan.
Grief VIIvoert aan dat de kantonrechter ten onrechte niet is toegekomen aan het vaststellen van een vergoeding voor de kosten van verhuizen en herinrichten.
voor het gehuurdebestaan.
10 mei 2016een akte te nemen waarin zij uitsluitend de vraag beantwoordt of zij tot intrekking van haar beëindigingsvordering wil overgaan. Een antwoordakte van La Bourse wordt niet verwacht. Wanneer Marcan niet tot intrekking van haar vordering overgaat, zal bekrachtiging van het bestreden vonnis volgen, met de vaststelling van de in overweging 21 genoemde tegemoetkoming in de kosten van Marcan. Wanneer Marcan haar beëindigingsvordering wel intrekt, zal conform het bepaalde in artikel 7:297 lid 3 BW Pro, nog uitsluitend een beslissing over de proceskosten volgen.
Beslissing
10 mei 2016voor een akte aan de zijde van Marcan als achter overweging 22 bedoeld;