ECLI:NL:GHDHA:2016:884
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Stollenwerck
- Labohm
- Troost
- Rechtspraak.nl
Beoordeling huur en bruikleen van kamers in grote woning na overlijden verhuurder
In deze civiele zaak stond centraal de vraag welke delen van een woning onder de huurovereenkomst vielen en of er sprake was van huur of bruikleen van kamers in een grote woning. Het hof verwees naar eerdere arresten en getuigenverhoren en overwoog dat terugkomen op bindende eindbeslissingen slechts mogelijk is bij nieuwe feiten of evidente misslagen, welke hier ontbraken.
Het hof oordeelde dat de kleine woning wel degelijk gehuurd werd, maar dat de kamers in de grote woning stilzwijgend in bruikleen waren genomen zonder huurprijs of aanpassing van de overeenkomst. De bruikleenovereenkomst loopt onbepaald en kan door de erfgenamen worden opgezegd, maar opzegging vereist medewerking van alle erfgenamen, wat niet was gesteld.
Verder werd vastgesteld dat appellanten geen nieuwe relevante feiten hadden aangevoerd en dat het hof niet gehouden was om op elke stelling in te gaan. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij de kosten van het getuigenverhoor door geïntimeerden gedragen moesten worden.
Uitkomst: Het hof verklaart dat de kamers in de grote woning stilzwijgend in bruikleen zijn gegeven en wijst terugkomen op eerdere bindende beslissingen af.