ECLI:NL:GHDHA:2016:894
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgemeenschap met onduidelijkheid over voertuigen en kredietaflossingen
In deze zaak staat de verdeling van de huwelijksgemeenschap centraal, die op 2 oktober 2012 is ontbonden. De rechtbank had de inboedel en twee voertuigen aan de man toegedeeld, waarbij ieder de helft van een doorlopend krediet moest dragen. De man ging in hoger beroep tegen deze verdeling en stelde onder meer dat de voertuigen eigendom van de vrouw waren en dat de waarde van de inboedel te hoog was vastgesteld.
Het hof constateerde dat het onduidelijk was of de voertuigen nog tot de gemeenschap behoorden en dat geen van partijen het bezit kon aantonen. Daarom kon het hof de toedeling van de voertuigen niet vaststellen en vernietigde het vonnis voor dat onderdeel. Ten aanzien van de inboedel was onvoldoende gespecificeerd welke goederen waren toegedeeld en hoe oud deze waren, waardoor het hof de waardering van €3.000 niet kon verwerpen.
Verder werd besproken of de vrouw na ontbinding van het huwelijk meer dan haar aandeel van 50% had afgelost op het krediet, wat een regresvordering zou kunnen opleveren. Het hof kon op basis van de stukken niet vaststellen of dit het geval was en formuleerde de rechtsregel omtrent regresvorderingen, maar stelde vast dat geen partij een dergelijke vordering had ingesteld.
Het hof veroordeelde de man tot betaling van €1.500 aan de vrouw wegens overbedeling en compenseerde de proceskosten tussen partijen, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt. Het verzoek tot toedeling van de voertuigen aan de man werd alsnog afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst de toedeling van voertuigen af, veroordeelt de man tot betaling van €1.500 aan de vrouw wegens overbedeling en compenseert de proceskosten.