ECLI:NL:GHDHA:2016:897
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.A. Mink
- L.F.A. Husson
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir beslag en verbod op nieuw beslag in nalatenschapsgeschil tussen broers
In deze zaak gaat het om een geschil tussen broers over de onverdeelde nalatenschap van hun ouders. Geïntimeerde sub 2 was belast met het beheer van de nalatenschap en is bij vonnis veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording, wat niet is gebeurd. Na een herseninfarct is hij onder bewind gesteld. Appellant legde conservatoir beslag op pensioenuitkeringen van geïntimeerde sub 2.
Het hof oordeelt dat het conservatoir beslag moet worden opgeheven omdat appellant in de hoofdzaak geen vordering tot schadevergoeding heeft ingesteld, terwijl dit vereist is voor het leggen van conservatoir beslag. De vordering die appellant in hoger beroep wil instellen is niet relevant voor het reeds gelegde beslag.
Daarnaast wordt appellant verboden om tijdens de lopende procedure opnieuw conservatoir beslag te leggen. Het hof weegt het belang van geïntimeerde sub 2, die onder bewind staat en moet kunnen beschikken over zijn uitkeringen voor levensonderhoud, zwaarder dan het belang van appellant bij nieuw beslag. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op pensioenuitkeringen wordt opgeheven en appellant wordt verboden opnieuw beslag te leggen tijdens de procedure.