Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van d.d. 5 april 2016
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
Juridisch kader
- de echtelijke woning te [adres] ;
- de VOF [naam man] ;
- de inboedel van de echtelijke woning.
Gerechtshof Den Haag
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag inzake de boedelscheiding en betaling van lasten van de voormalige gemeenschap tussen haar en de man. Het geschil betreft onder meer de verdeling van het vennootschappelijk vermogen van een VOF en de lasten van de voormalige echtelijke woning.
Het hof overweegt dat partijen niet getrouwd waren, waardoor geen wettelijke gemeenschap van goederen bestaat. Een VOF vormt een gebonden gemeenschap waarvan het vermogen pas voor verdeling vatbaar is na ontbinding. De omvang en samenstelling van het vennootschappelijk vermogen moeten dan worden vastgesteld, wat in deze procedure niet duidelijk is.
De vrouw vordert dat het hof het vonnis van de rechtbank vernietigt en alsnog haar boedelscheiding toewijst, terwijl zij de boedelscheiding van de man wil afwijzen. Het hof oordeelt dat de grieven van de vrouw onvoldoende duidelijk zijn en dat het procesdossier geen aanwijzingen bevat dat de VOF is ontbonden. Ook wijst het hof de vordering af dat de man de lasten van de woning moet dragen, omdat geen afspraken hierover zijn gemaakt.
De vrouw draagt haar eigen proceskosten en het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 19 oktober 2011.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de vrouw af.