ECLI:NL:GHDHA:2017:1116
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Th.W.H.E. Schmitz
- A. Kuijer
- T.B. Trotman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over nietigheid onderzoek en recht op aanwezigheid verdachte bij zitting
In deze strafzaak tegen verdachte heeft het hof het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 februari 2016. De zaak betrof onder meer de vraag of het onderzoek ter terechtzitting nietig was vanwege het niet verschijnen van verdachte wegens ziekte.
De medische situatie van verdachte was complex: hij had een knieoperatie ondergaan en kampte met urineweginfectie en koorts, waardoor hij aanvankelijk niet in staat was de zitting bij te wonen. De rechtbank weigerde het verzoek tot aanhouding op 29 januari 2016 omdat een arts had verklaard dat er geen bezwaar was tegen rechtbankbezoek. Verdachte verscheen echter niet, wat het hof kwalificeert als een bewuste keuze.
Het hof concludeert dat het verzoek tot aanhouding achteraf gezien gehonoreerd had moeten worden voor de eerste zittingen, maar dat de rechtbank terecht oordeelde dat verdachte vrijwillig afzag van aanwezigheid op 29 januari. De niet-verschijning en het ontbreken van een afstandsverklaring van verdachte en de beperkte machtiging van zijn raadsman rechtvaardigden het voortzetten van het onderzoek. De procedure werd niet nietig verklaard.
Na sluiting van het onderzoek bleek dat het onderzoek niet volledig was. Het hof besloot het onderzoek te heropenen en te schorsen om drie getuigen te horen, waarbij stukken aan de raadsheer-commissaris worden overgedragen. De zaak wordt op een nader te bepalen datum voortgezet.
Uitkomst: Het hof heropent en schorst het onderzoek en beveelt het horen van getuigen op een nader te bepalen zitting.