ECLI:NL:GHDHA:2017:1127
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.M. Vrouwenvelder
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde en proceskostenvergoeding in hoger beroep tegen uitspraak Rechtbank Rotterdam
Belanghebbende is eigenaar van een half vrijstaande woning en betwistte de vastgestelde WOZ-waarde en de hoogte van de proceskostenvergoeding na bezwaar en beroep bij de Rechtbank Rotterdam. De Heffingsambtenaar had de waarde van de woning vastgesteld op € 488.000, later bij bezwaar verlaagd naar € 465.000. De Rechtbank stelde de proceskostenvergoeding in beroep vast op € 643,25 en veroordeelde de Heffingsambtenaar in de proceskosten.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld en dat de proceskostenvergoeding te laag was, met name vanwege de toegepaste wegingsfactor. Het Gerechtshof beoordeelde de taxatierapporten van beide partijen, waarbij de vergelijkingsobjecten als voldoende vergelijkbaar werden beschouwd en de methode van waardebepaling als juist werd erkend.
Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en dat de verschillen tussen de woning en vergelijkingsobjecten adequaat waren verwerkt. De klacht over de wegingsfactor faalde omdat de Rechtbank de hoogte van de proceskostenvergoeding naar behoren had gemotiveerd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.