Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
directaansluitend (ordegrootte: seconden) daaraan ontstaan. Als er sprake is van een klinische noodsituatie, dan moet die het gevolg zijn van kort daarvoor ontstaan hersenletsel [22] .
plotselingedrukverhoging in de aderen in het hoofd [27] .
Het hof gaat er alles afwegende van uit dat de verdachte [slachtoffer] op 7 augustus 2010 met kracht heeft vastgepakt en, zonder het hoofdje van [slachtoffer] te ondersteunen, hem met kracht herhaaldelijk door elkaar of heen en weer heeft geschud, met de genoemde letsels als gevolg. Het hof kwalificeert deze letsels als zwaar lichamelijk letsel.
Ribbreuken) wordt overwogen, hier buiten beschouwing blijven.
Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg, is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zou intreden. De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht. Het zal dan moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zo’n kans is niet alleen vereist dat verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat de verdachte die aanmerkelijke kans ten tijde van de gedragingen bewust heeft aanvaard. Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zozeer te zijn gericht op een bepaalde gevolg dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kans zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het gevolg heeft aanvaard.
op07 augustus 2010 te Spijkenisse aan zijn, verdachtes, zoon genaamd [slachtoffer] (geboren op 02 mei 2010), opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten bloedingen in het hoofd en netvliesbloedingen en hersenletsel), heeft toegebracht, door die [slachtoffer] opzettelijk krachtig
zware mishandeling.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
197 (honderdzevenennegentig) dagen.
€ 6.150,00 (zesduizend honderdvijftig euro) ter zake van immateriële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 6.150,00 (zesduizend honderdvijftig euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
65 (vijfenzestig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.