Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 2 mei 2017
[appellant],
Kapdak B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Vanmiddag al een discussie gehad over het wegfrommelen van 2 maal een onjuiste aansluiting constructief van het kozijn wat jullie aan het wisselen zijn. Nu heb ik de heren er 2 maal op geattendeerd dat de aansluiting onder niet goed aansluit waardoor toch en water onder het kozijn kan doorslaan.
Ik ben ongeveer 2 weken geleden bij je geweest met [werknemer] en heb gekeken wat er nog moet gebeuren en dat gaan we ook gewoon netjes oplossen je zij zelf heeft geen haast maar wij willen dit wel deze maand oplossen.
het probleem van het kozijn” wilde komen oplossen. Vervolgens heeft [appellant] Kapdak bij e-mail van 21 oktober 2014 onder meer medegedeeld dat “
voorstel donderdag niet past”, maar dat 31 oktober 2014 wel een optie was. In dezelfde e-mail heeft [appellant] geklaagd over tocht/wind door de kieren van de dakkapel(len), en gevraagd om een detailtekening en een werkwijze voordat Kapdak de herstelwerkzaamheden zou komen uitvoeren. Kapdak heeft op deze e-mail gereageerd bij e-mail van 21 oktober 2014, waarin zij onder meer het volgende schrijft:
[appellant] met dit weer zoveel wind kan je overal wel wat tocht hebben ga maar naar je voordeur je zal zien. Plus dat de dakkapel nog niet eens helemaal is afgetimmerd dus niet klaar is rond het kozijn kan het iets tochten. Als alles is afgewerkt ben je ervan af.”
Ongeveer 1 week geleden heb ik u een brief geschreven over u wilt overgaan tot betaling van het laatste restant van de factuur -10% dus € 4.707 totdat we alles geheel hebben opgeleverd wij hebben nu besloten dat we niet eerder meer voor u iets gaan doen voordat u aan uw betalingsverplichting heeft voldaan. Daarna gaan we pas service (garantie aan u verlenen).
Onze vraag is dan ook hoe kunnen we er op een normale manier uitkomen i.p.v. met al die brieven steeds heen en weer, hiermee schieten allebei de partijen niks mee op. Hoe staat het ervoor met de dakkapel in de badkamer? Is het probleem inmiddels al verholpen en zijn de werkzaamheden afgerond?”
Naar aanleiding van onze aangetekende schrijven van 24 oktober jl. en het uitblijven van uw reactie, hebben wij 2 december een derde partij opdracht gegeven om de onregelmatigheden aan de dakkapellen te verhelpen en het opruimen van alle plastic deeltjes in de tuin. De totaalprijs van deze partij is € 5.140,- excl. BTW. Het resterende bedrag a € 90,00 zal ik overmaken op uw rekening”
grief 1klaagt [appellant] over het feit dat de comparitie van partijen geen doorgang heeft gevonden. Wat er ook zij van hetgeen [appellant] ter toelichting op deze grief aanvoert, hij heeft geen belang bij een inhoudelijke bespreking ervan, nu in hoger beroep een nieuwe behandeling plaatsvindt.
Grief 2van [appellant] is gericht tegen rovv. 4.2 en 4.9 van het bestreden vonnis. Volgens [appellant] heeft de kantonrechter de stelplicht- en bewijslastregels miskend door eerst de vordering van [appellant] in reconventie te behandelen en vervolgens de vordering van Kapdak in conventie toe te wijzen omdat [appellant] zich niet kan beroepen op verrekening met zijn reconventionele vordering. Met
grieven 3, 4 en 5komt [appellant] op tegen rov. 4.4, waarin de kantonrechter het beroep op ontbinding van [appellant] heeft afgewezen omdat niet is vast komen te staan dat Kapdak tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Volgens [appellant] heeft hij de gestelde tekortkoming in de nakoming voldoende onderbouwd met overlegging van foto’s en correspondentie, en heeft Kapdak bovendien erkend dat de werkzaamheden nog niet zijn afgerond.
Grieven 6, 7 en 8zijn gericht tegen rov. 4.4, voor zover de kantonrechter daarin heeft overwogen dat een deskundigenonderzoek geen zin meer heeft omdat P. Boerefijn Timmer- en Afwerkbedrijf (hierna: Boerefijn) inmiddels in opdracht van [appellant] herstelwerkzaamheden heeft uitgevoerd. Boerefijn heeft wel een offerte uitgebracht maar de herstelwerkzaamheden zijn nog niet uitgevoerd. De offerte is, anders dan de datering suggereert, al in het najaar van 2014 uitgebracht, aldus [appellant]. Met
grief 9komt [appellant] op tegen rov. 4.5, waarin de kantonrechter volgens [appellant] ten onrechte zijn vordering tot (gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst heeft afgewezen.
Grieven 10 en 11zijn gericht tegen de afwijzing van de subsidiaire vordering tot schadevergoeding en de meer subsidiaire vordering tot veroordeling van Kapdak tot voltooiing van de werkzaamheden in rovv. 4.6 en 4.7 van het bestreden vonnis.
Grief 12is gericht tegen de conclusie van de kantonrechter in rov. 4.8 dat geen van de vorderingen van [appellant] in reconventie toewijsbaar is, en tegen toewijzing van de vordering van Kapdak in conventie in rov. 4.9. Ter onderbouwing van deze grief verwijst [appellant] naar zijn eerdere grieven. Verder voert hij aan dat de kantonrechter heeft miskend dat Kapdak € 19.920,- heeft gefactureerd terwijl € 18.920,- was overeengekomen. Als Kapdak in conventie in het gelijk zou worden gesteld, zou haar vordering tot betaling van € 5.140,- dus in ieder geval met € 1.000,- moeten worden verminderd. Met
grief 13komt [appellant] op tegen de veroordeling tot betaling van wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.