Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
gedwongenontuchtige handelingen te plegen en/of te dulden zoals ten laste is gelegd.
Gerechtshof Den Haag
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het plegen van ontuchtige handelingen met een persoon die volgens de tenlastelegging in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht zou verkeren, dan wel een gebrekkige geestelijke ontwikkeling of stoornis zou hebben. Daarnaast werd subsidiair ten laste gelegd dat verdachte het slachtoffer door geweld of bedreiging tot ontucht had gedwongen.
De rechtbank veroordeelde verdachte in eerste aanleg tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in bij het gerechtshof Den Haag. Na onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat het slachtoffer in de genoemde toestand verkeerde of dat verdachte ontuchtige handelingen had gedwongen.
Ook de subsidiaire tenlastelegging werd niet bewezen geacht. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor de tenlasteleggingen van ontucht en dwang.