Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 16 mei 2017
[verzoeker] ,
1. RBC Nederland B.V.,
2. RBC Special Services B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“De reden voor ontslag op staande voet is bedrog, welke als volgt is te omschrijven;Omstreeks 23.40 uur heeft het HCT een open hekwerk aangetroffen en is hiervan een melding van gemaakt. Bijgevolg bent u opgebeld met de vraag of u het hekwerk die avond had gesloten. Hierop heeft u geantwoord dat u het hekwerk had gesloten.Het hekwerk is vervolgens geïnspecteerd op inbraakschade, en bij het uitblijven hiervan afgesloten. Hedenochtend is gebleken dat ook het schuifhek niet dicht was dat rechtstreeks toegang geeft tot de openbare weg. Hierdoor is er een groot ISPS gat geweest vanaf 17.15 uur tot aan 23.40 uur (totaal 6.5 uur).Door uw collega (…) is op 5 januari 2016 aangegeven dat het hekwerk omstreeks 17.15 uur gesloten kon worden. Hierop heeft u telefonisch aangegeven het hekwerk omstreeks 19.15 uur te hebben gesloten. Daarnaast is dit schriftelijk in uw dienstrapport genoteerd.Resumerend bent u met uw taak in gebreke gebleven, en heeft u tevens valsheid in geschrifte gepleegd d.m.v. een valse notatie in uw dienstrapport.Uit camerabeelden is namelijk gebleken dat u ten tijden van 19.00 uur tot aan 19.40 uur pizza heeft gegeten (…) samen met uw HCT collega.Op andere camerabeelden is te zien dat er geen surveillant/HCT is geweest tot aan 20.30 uur. Wel zien we dat u omstreeks 20.30 uur samen met uw HCT collega bij het hekwerk ter plaatse bent en dat de hekwerken worden dichtgedraaid. Het is onzeker om te zien of de kettingsloten worden aangebracht.(…)Uiteindelijk zien we dat er om 23.40 uur het HCT zonder uit te stappen door een opening van het hekwerk rijdt, welke verklaard dat een deel nog open stond.Bijgevolg kunnen wij uit deze camerabeelden constateren dat het hekwerk vanaf 17.15 uur tot aan 23.40 uur heeft opengestaan.Door uw gebrek aan handelen is al het vertrouwen in u als persoon teniet gedaan, maar nog heeft u daarnaast de naam van RBC Special Services BV in diskrediet gebracht.”[verzoeker] heeft de nietigheid ingeroepen van het ontslag op staande voet. In eerste aanleg heeft hij een verzoekschrift ingediend tegen RBC Nederland BV, waarin hij – kort gezegd – primair wedertewerkstelling heeft verzocht, en subsidiair een billijke vergoeding en een gefixeerde schadevergoeding, met verval van het concurrentiebeding en het relatiebeding. In het kader van een voorlopige voorziening heeft hij loondoorbetaling verzocht. RBC Nederland BV heeft primair aangevoerd dat [verzoeker] niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat hij de verkeerde rechtspersoon in rechte heeft betrokken. Subsidiair heeft RBC Nederland BV/RBC Special Services BV zich op het standpunt gesteld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Voor het geval het ontslag op staande voet wordt vernietigd heeft RBC Nederland BV/RBC Special Services BV verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat [verzoeker] de verkeerde rechtspersoon in rechte heeft betrokken, en heeft alle verzoeken van zowel [verzoeker] als RBC Nederland BV afgewezen. [verzoeker] is hiervan in hoger beroep gekomen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep heeft [verzoeker] zijn primaire verzoek tot wedertewerkstelling ingetrokken, en zijn subsidiaire verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding gehandhaafd.
Het hof is van oordeel dat RBC voldoende gronden had om [verzoeker] op staande voet te ontslaan. Daarbij overweegt het hof dat van een beveiligingsmedewerker als [verzoeker] een hoge mate van integriteit mag worden verlangd. [verzoeker] heeft niet alleen verzuimd om het hekwerk – met behulp van een hangslot, zoals vereist – te sluiten, terwijl hem dat door de meldkamer expliciet was gevraagd, maar heeft vervolgens later op de avond desgevraagd telefonisch in strijd met de waarheid gezegd dat hij het hekwerk rond 19.00 uur wél had afgesloten en heeft bovendien in zijn dienstrapport – eveneens in strijd met de waarheid – vermeld dat hij rond 19.15 uur het hek van de SA3 naar de 2e fase had afgesloten met een kettingslot. Deze feiten en omstandigheden zijn dermate ernstig, waarbij het hof met name de mondelinge en schriftelijke onwaarheden zwaar weegt, dat het ontslag op staande voet naar het oordeel van het hof gerechtvaardigd was. RBC Special Services heeft in dit verband onweersproken verwezen naar artikel 19 van Pro de toepasselijke CAO voor de Beveiligingsbranche, waarin – onder verwijzing naar het bijzondere karakter van de beveiligingsfunctie en de daarmee verbonden specifieke taken – vermeld is dat in aanvulling op artikel 7:678 BW Pro als dringende reden in ieder geval wordt beschouwd: “het zich schuldig maken aan (…) bedrog en/of andere strafbare feiten (…) waardoor de werknemer het vertrouwen van de werkgever en/of zijn opdrachtgever(s) verliest.” RBC Special Services heeft terecht aangevoerd dat hiervan in het onderhavige geval sprake is. Dat het ontslag op staande voet ernstige gevolgen voor [verzoeker] heeft gehad, is onvoldoende zwaarwegend voor een ander oordeel.
Beslissing
- wijst het verzoek van [verzoeker] tot het treffen van een voorlopige voorziening af;
- bekrachtigt, met verbetering van gronden, de beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, van 12 april 2016, gewezen tussen [verzoeker] en RBC Nederland BV, met dien verstande dat in plaats van RBC Nederland BV als partij in deze procedure aangemerkt dient te worden: RBC Special Services BV;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van RBC tot op heden begroot op € 718,- aan verschotten en € 1788,- aan salaris advocaat (2 punten tarief II);
- verklaart deze beschikking ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.