ECLI:NL:GHDHA:2017:1356
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter en zorgregeling bij verhuizing minderjarige naar Turkije
De ouders van de minderjarige zijn gescheiden en hadden gezamenlijk gezag. De hoofdverblijfplaats van het kind was oorspronkelijk bij de vader in Nederland, maar de moeder heeft de minderjarige in 2012 ongeoorloofd meegenomen naar Turkije. De vader startte een procedure om een zorg- en omgangsregeling vast te stellen.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van artikel 8 van Pro Verordening Brussel II bis, omdat de gewone verblijfplaats van het kind ten tijde van het verzoek in Nederland was en dit niet is gewijzigd door de verhuizing zonder toestemming. Het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 is van toepassing, en Nederlands recht wordt toegepast.
Het hof stelt vast dat er geen contra-indicaties zijn voor omgang tussen vader en kind. De vader krijgt recht op begeleide omgang, maar de praktische uitvoering hangt af van de uitkomst van een teruggeleidingsprocedure in Turkije. De moeder is niet verschenen en het verzoek tot een uitgebreide zorgregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: De vader krijgt recht op begeleide omgang met de minderjarige ondanks verhuizing naar Turkije; Nederlandse rechter is bevoegd.