Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
wettelijkeindexatie vanaf 1 januari 2016.
Gerechtshof Den Haag
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin de echtscheiding tussen partijen is uitgesproken en haar verzoek tot partneralimentatie is afgewezen. In het hoger beroep heeft zij geen grieven gericht tegen de echtscheiding zelf, maar alleen tegen de afwijzing van haar verzoek tot partneralimentatie.
Het hof stelt vast dat de echtscheiding onherroepelijk is geworden, maar dat de beschikking nog niet is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Volgens artikel 1:163 lid 3 BW Pro moet de inschrijving binnen zes maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de beschikking plaatsvinden. De echtscheidingsbeschikking gaat pas in kracht van gewijsde nadat de appelbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan.
Omdat de vrouw geen grieven tegen de echtscheiding zelf heeft ingebracht en zij in eerste aanleg zelf de echtscheiding heeft verzocht, verklaart het hof haar niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de echtscheiding. Het hof wijst het verzoek tot aanhouding van de zaak toe om partijen de gelegenheid te geven tot overeenstemming te komen over de geschilpunten, met name de partneralimentatie.
De zaak wordt pro forma aangehouden tot 26 augustus 2017, waarna partijen schriftelijk moeten informeren over de voortgang. Het hof houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de echtscheiding en de zaak is aangehouden om partijen gelegenheid te geven tot overeenstemming te komen.