De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken voor een tenlastelegging maar veroordeeld voor een ander feit tot twee weken gevangenisstraf. In hoger beroep werd de verdachte niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen de vrijspraak. Het hof achtte bewezen dat de verdachte op 29 april 2016 een snorfiets had verworven terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gestolen was.
De verdachte voerde aan de snorfiets van een vriend te hebben geleend en niet te hebben geweten dat deze gestolen was. Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte zijn verhaal pas in hoger beroep gaf en niet kon onderbouwen. Het zichtbare verbroken cilinderslot maakte het voor de verdachte aannemelijk dat de snorfiets gestolen was, wat hij voor lief nam.
De strafbaarheid van opzetheling werd vastgesteld. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van de verdachte en achtte een taakstraf van 40 uur passend. Tevens verving het hof een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken door een taakstraf van 60 uur met 14 dagen hechtenis als vervanging.
De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 40 uur, met een subsidiaire hechtenis van 20 dagen, en de tenuitvoerlegging van de eerdere gevangenisstraf werd vervangen door een taakstraf van 60 uur met 14 dagen hechtenis. De verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard voor het hoger beroep tegen de vrijspraak.