ECLI:NL:GHDHA:2017:1459

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
22 mei 2017
Publicatiedatum
23 mei 2017
Zaaknummer
2200339516
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 57 Wetboek van StrafrechtArt. 27 Wetboek van StrafrechtArt. 27a Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep vuurwapenbezit met gevangenisstraf van drie maanden

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor het bezit van een vuurwapen en munitie. In hoger beroep werd het vonnis bevestigd, behalve de strafoplegging die werd verminderd tot drie maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

De tenlastelegging betrof het bezit van een pistool en tien kogelpatronen, in strijd met de Wet wapens en munitie. Het hof achtte bewezen dat de verdachte het vuurwapen en de munitie voorhanden had, hetgeen gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt.

Hoewel de verdachte niet eerder was veroordeeld, vond het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en hield het zich aan de LOVS-oriëntatiepunten. De straf werd gemotiveerd door de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Het arrest werd gewezen door drie rechters en uitgesproken op 22 mei 2017. De tijd van voorarrest wordt in mindering gebracht op de opgelegde straf.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden met aftrek van voorarrest wegens vuurwapenbezit.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003395-16
Parketnummer: 10-680621-15
Datum uitspraak: 22 mei 2017
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 21 juli 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag],
adres: [adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 8 mei 2017.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het onder 1 en 2 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van het voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Omvang van het hoger beroep
Het hoger beroep is, blijkens de akte rechtsmiddel, niet gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissingen ten aanzien van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
Waar hierna wordt gesproken van “de zaak” of “het vonnis”, wordt daarmee bedoeld de zaak of het vonnis voor zover op grond van het vorenstaande aan het oordeel van dit hof onderworpen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – voor zover thans nog aan het oordeel van het hof is onderworpen - ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 oktober 2015 te Oud-Beijerland en/of Mijnsheerenland (gemeente Binnenmaas) en/of 's-Gravendeel (gemeente Binnenmaas), tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3, gelet op artikel 2 lid 1 van Pro categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (merk: ASAI, model: ONE PRO .45, kaliber: .45 ACP),
en/of
(voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder Pro 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Pro categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 10 kogelpatronen (kaliber: .45 AUTO, voorzien van bodemstempel S&B), voorhanden heeft gehad.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis zal worden bevestigd, behoudens ten aanzien van de in dat vonnis opgelegde straf en ten dien aanzien opnieuw rechtdoende, verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van het voorarrest.
Het vonnis waarvan beroep
Het hof is van oordeel, dat de eerste rechter op juiste gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist, zodat het vonnis, waarvan beroep, met overneming van gronden behoort te worden bevestigd, behalve voor wat betreft de opgelegde straf en de motivering daarvan.
Het vonnis moet op die onderdelen worden vernietigd en in zoverre moet opnieuw worden rechtgedaan.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft een vuurwapen met daarvoor geschikte munitie voorhanden gehad. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat een feit als het onderhavige gevoelens van angst, onrust en onveiligheid veroorzaakt in de samenleving en dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is.
Het hof ziet noch in de omstandigheden van de onderhavige strafzaak, noch in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om af te wijken van de oriëntatiepunten Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS-oriëntatiepunten) inzake het vuurwapenbezit.
Daarbij heeft het hof acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 21 april 2017, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op artikel 57 van Pro het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, behalve voor wat betreft de strafoplegging en de motivering daarvan.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep in zoverre en doet opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Dit arrest is gewezen door mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, mr. R.A.Th.M. Dekkers en mr. S.K. Welbedacht, in bijzijn van de griffier mr. M.M. Dijk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 22 mei 2017.
Mrs. R.A.Th.M. Dekkers en S.K. Welbedacht zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.