Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest
.Geïntimeerden sub 1 tot en met 4, tevens appellanten in incidenteel appel, worden gezamenlijk ‘belanghebbenden bij de [naam 1] ’ genoemd; geïntimeerden sub 5 tot en met 7 gezamenlijk: ‘belanghebbenden bij de [naam 2] ’ en geïntimeerde sub 5 afzonderlijk: ‘Amasus’.
Het geding
De beoordeling van het hoger beroep
korte schets van de zaak
wrakkenfondsdat door de belanghebbenden bij de [naam 2] is gesteld. De omvang van dat fonds is SDR 612.316 en dus toereikend voor deze vordering. Ladingbelanghebbenden stellen dat zij daarnaast ook ladingschade hebben geleden, doordat: (a) de lading niet voor de overeengekomen prijs van omgerekend
zakenfonds, waarvan de omvang is: SDR 342.684 (€ 400.940,28). De belang-hebbenden bij de [naam 1] - die zelf voor een bedrag van € 479.882,00 aan geverifieerde vorderingen hebben ingediend in dit zakenfonds, derhalve voor meer dan de omvang ervan, en bij verificatie van de (ladingschade)claim van ladingbelanghebbenden hun uitkeringspercentage zien dalen - verzetten zich tegen die verificatie. Hun argumenten daarbij zijn, onder meer, dat van enig ladingverlies geen sprake is en dat, wat de waardedalingsschade betreft, de rechtens relevante oorzaak niet de aanvaring is, maar de eigen keuze van ladingbelanghebbenden om (i) niet zelf opdracht tot de berging te geven of (ii) niet meteen in oktober 2008, maar eerst in maart 2009 een garantie voor de bergingskosten te stellen. Ook tegen de verificatie van de meeste kostenposten hebben zij zich verzet. De rechtbank - waarnaar het geschil op de verificatievergadering van 7 oktober 2009 verwezen was - achtte het verzet grotendeels gegrond en wees de vordering (tot verificatie) om die reden af, op wat kostenposten na, waaronder een deel van de kosten van de afroepgarantie. Tegen die afwijzing richt zich het hoger beroep van ladingbelanghebbenden, terwijl de belanghebbenden bij de [naam 1] in incidenteel appel opkomen tegen de toewijzing van de kosten van de afroepgarantie en de in hun ogen te lage proceskostenveroordeling ten gunste van hen.
Naast de schade aan de lading moeten verzoeksters ook kosten in verband met de berging maken. Deze bergingskosten zullen ongeveer EUR 600.000 bedragen.’
‘The material was noted to be slightly contaminated with black colored plastic, stones, shells, metal parts and free/attached (non) metallic slag. The material was found to be in a visual moist condition.’
‘Delivery: Rijkswaterstaat Zuid-Holland’.
grieven II en IIIzijn gericht tegen de overwegingen 3.7 tot en met 3.14 van het vonnis. Punten die in de toelichting op de grieven aan de orde worden gesteld zijn:
nietbeschadigd was, terwijl gesteld noch gebleken is dat die, als erkenning aan te merken, bevestiging door dwaling of niet in vrijheid is afgelegd en (ii) de beweerdelijke beschadiging niet nader is gepreciseerd, in die zin, dat niet is gespecificeerd welk deel van de te verifiëren vordering betrekking heeft op die beschadiging.
Grief IVis gericht tegen overweging 3.18 van het vonnis en behelst als klacht dat de rechtbank ten onrechte de vordering wegens advocaatkosten heeft gematigd tot
grief Vbeklagen ladingbelanghebbenden zich erover dat van hun vordering van € 7.464,32 ter zake van de kosten van de afroepgarantie slechts een bedrag van
eerste griefis gericht tegen overweging 3.20 van het vonnis waarin de rechtbank overweegt dat, uitgaande van een gebruikelijke transportgoederenverzekering, aannemelijk is dat Allianz als goederenverzekeraar ten opzichte van haar verzekerden verplicht was om zekerheid te stellen teneinde de verzekerde goederen, i.c. de geborgen partij ferrochroom, na de aanvaring en het zinken terug te krijgen. Met Allianz bedoelt de rechtbank in die context: Allianz Nederland Schadeverzekering N.V., thans geheten Allianz Benelux B.V. De kritiek van de belanghebbenden bij de [naam 1] op deze overweging houdt in, dat niet Allianz Benelux B.V., maar Allianz Insurance Limited de ladingassuradeur was en dat gesteld noch gebleken is dat Allianz Benelux B.V. ‘of een andere Allianz’ in de vorderingsrechten van Hernic en/of ELG is gesubrogeerd, terwijl het evenmin zo is dat Amasus onrechtmatig jegens de ladingassuradeuren heeft gehandeld.
Grief 2gaat over de kostenveroordeling. De bespreking van deze grief kan blijven rusten tot het eindarrest.
De beslissing
- beveelt partijen, deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is om een schikking aan te gaan, vergezeld van hun raadslieden, voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling te verschijnen voor de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. J.M. van der Klooster in een der zalen van het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60 te ’s-Gravenhage op
- bepaalt dat, indien een der partijen
- bepaalt dat partijen de bescheiden waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, zullen overleggen door deze