ECLI:NL:GHDHA:2017:1669
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil erfgenamen over terugbetaling lening na overlijden vader
Deze zaak betreft een geschil tussen erfgenamen over de terugbetaling van bedragen die [dochter een] van de bankrekening van haar overleden vader heeft opgenomen voor eigen doeleinden. De rechtbank Noord-Holland had [dochter een] veroordeeld tot betaling van een deel van deze bedragen met wettelijke rente. Na hoger beroep en verwijzing door de Hoge Raad werd de zaak door het gerechtshof Den Haag behandeld.
Tijdens de procedure zijn partijen tot een onderlinge regeling gekomen, waarbij het hof het bestreden vonnis vernietigde voor het toegewezen deel van de vordering van de vader. De regeling houdt in dat [dochter een] aan haar zusters een bedrag van in totaal € 3.000 betaalt in maandelijkse termijnen, met een vaststellingsovereenkomst waarin partijen elkaar finale kwijting verlenen.
Het hof oordeelde tevens dat het hoger beroep van [dochter een] tegen het vonnis van de rechtbank terecht ontvankelijk is, ondanks dat het hoger beroep formeel tegen de gezamenlijke vereffenaars van de nalatenschap had moeten worden ingesteld. De vaststellingsovereenkomst bevat bepalingen over nakoming en de gevolgen bij niet-nakoming, waaronder herleving van het oorspronkelijke vonnis.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en legt een schikking vast waarbij [dochter een] € 3.000 in maandelijkse termijnen aan haar zusters betaalt.