Uitspraak
Uitspraak d.d. 6 juni 2017
[X] te [Z] , belanghebbende,
Naheffingsaanslag en beschikking, bezwaar en geding in eerste aanleg
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
Oordeel van de Rechtbank
Naheffingsaanslag
1 januari 2014 dat in geval van een tweede betalingsverzuim bij de Motorrijtuigenbelasting (MRB) binnen één jaar de inspecteur een boete oplegt van 1 procent van het wettelijke maximum van artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR). Sindsdien bedraagt de boete 3 procent van dit wettelijk maximum (thans € 158). Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde op 7 juni 2016 dat in het voorliggende geval deze boete niet in een evenredige verhouding stond tot de ernst van de verwijtbare gedraging, zijnde het te laat betalen van een bedrag van € 29 aan MRB. Het Gerechtshof achtte een boete van € 60 passend en geboden. (Hof Arnhem-Leeuwarden 7 juni 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:4544). Deze uitspraak, die inmiddels navolging heeft gevonden in een aantal andere gevallen, is aanleiding om het beleid voor het opleggen van betaalverzuimboeten voor de MRB opnieuw te bezien. Mede gelet op de massaliteit van de opgelegde boeten wegens het niet (tijdig) betalen van de MRB, zie ik reden om, vooruitlopend op een definitieve regeling, het desbetreffende beleid tijdelijk aan te passen. De betaalverzuimboete, genoemd in paragraaf 33, tweede lid, van het BBBB wordt, vooruitlopend op een nieuwe regeling, verlaagd tot 1 procent van het wettelijk maximum van artikel 67c van de AWR.’
Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen
Conclusies van partijen
Beoordeling van het hoger beroep
.Dat, zoals belanghebbende stelt, hij niet te laat heeft betaald, nu hij voor de uiterste betaaldatum reeds de onder 3.8 en 3.11 vermelde brieven aan de Inspecteur had gezonden waarin hij opheldering van de diverse rekeningen en verrekeningsnota verzoekt, brengt het Hof niet tot een ander oordeel. Deze brieven hebben, anders dan belanghebbende kennelijk meent, geen opschortende werking van zijn betalingsverplichting.
Proceskosten
Beslissing
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.