ECLI:NL:GHDHA:2017:1806
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- O.I.M. Ydema
- Rechtspraak.nl
Verdeling ontbonden wettelijke gemeenschap van goederen bij voortzetting onderneming als eenmanszaak
De zaak betreft de verdeling van de ontbonden wettelijke gemeenschap van goederen tussen ex-echtgenoten, waarbij de man de onderneming voortzette als eenmanszaak na ontbinding van hun vennootschap onder firma per 30 september 2009. De rechtbank had eerder een negatieve waarde van de onderneming vastgesteld per 28 maart 2011 en de vrouw veroordeeld tot betaling van de helft van dat bedrag.
In hoger beroep stelt het hof dat de vennootschap onder firma vóór de peildatum is ontbonden en dat de voortgezette eenmanszaak geen afgescheiden vermogen vormt, waardoor de activa en passiva tot de ontbonden gemeenschap blijven behoren totdat deze zijn verdeeld. Het hof oordeelt dat de waarde van de activa moet worden bepaald op het moment van feitelijke verdeling, namelijk de verkoop, en dat schulden worden gewaardeerd op de peildatum van 30 september 2009.
Het hof wijst de vorderingen van de man af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank voor het overige, compenseert de proceskosten en benadrukt dat verliezen na ontbinding voor rekening van de man zijn. De vrouw heeft geen recht meer op inzage in financiële stukken na de peildatum omdat zij niet deelt in de winsten en verliezen van de voortgezette eenmanszaak.
De uitspraak benadrukt het belang van correcte uitvoering van de verdelingsbeschikking waarbij partijen de opbrengst van activa en omvang van schulden per peildatum vaststellen om de verdeling af te wikkelen.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de man af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank voor het overige, met compensatie van proceskosten.