ECLI:NL:GHDHA:2017:1975
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- G.J. van Leijenhorst
- F.G.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht crisisheffing hoge lonen niet in strijd met EVRM
Belanghebbende, een financierings- en houdstermaatschappij binnen een groot concern, betwistte de afdrachten van de crisisheffing over hoge lonen voor de jaren 2013 en 2014. Deze heffing is gebaseerd op artikel 32bd van de Wet LB 1964 en kent een terugwerkende kracht, waarbij loon uit het voorafgaande kalenderjaar als grondslag wordt genomen.
De Rechtbank had eerder de beroepen van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat de crisisheffing onderdeel was van een breed pakket bezuinigingsmaatregelen en niet als een individuele buitensporige last kon worden aangemerkt. Het Hof bevestigt dit oordeel en verwijst naar arresten van de Hoge Raad die de terugwerkende kracht van de regeling als geoorloofd bestempelen, mits aan de vereisten van 'lawfulness' en 'fair balance' is voldaan.
Het Hof overweegt dat hoewel de invoering van de crisisheffing gerechtvaardigde verwachtingen van inhoudingsplichtigen heeft geschaad, er voldoende specifieke en dwingende redenen waren om deze maatregel te treffen vanwege de ernstige begrotingsproblemen en de noodzaak tot snelle en eenvoudige uitvoering. Ook de verlenging van de crisisheffing in 2014 wordt op dezelfde gronden geaccepteerd.
De hoger beroepen worden daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en ook het griffierecht wordt niet vergoed. De uitspraak is op 27 juni 2017 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt dat de terugwerkende kracht van de crisisheffing niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM.