ECLI:NL:GHDHA:2017:1976
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- G.J. van Leijenhorst
- F.G.F. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht crisisheffing in strijd met artikel 1 EP EVRM
Belanghebbende, een financiering- en houdstermaatschappij binnen een groot concern, betwistte de afdrachten van de crisisheffing over hoge lonen voor de jaren 2013 en 2014, omdat zij meende dat de regeling met terugwerkende kracht in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. De rechtbank had de beroepen ongegrond verklaard en het Gerechtshof Den Haag bevestigt dit oordeel in hoger beroep.
Het geschil spitste zich toe op de vraag of de terugwerkende kracht van de crisisheffing ontoelaatbaar was. Het hof overwoog dat de Hoge Raad in eerdere arresten had vastgesteld dat de terugwerkende kracht geoorloofd was, aan de vereisten van wettigheid werd voldaan en dat een fair balance was gewaarborgd. Hoewel de invoering van de crisisheffing gerechtvaardigde verwachtingen heeft geschaad, waren er voldoende specifieke en dwingende redenen vanwege de ernstige begrotingsproblemen en de noodzaak tot snelle invoering.
Het hof wees ook het argument af dat de crisisheffing als individuele buitensporige last zou gelden, omdat de regeling onderdeel was van een breed pakket aan maatregelen voor een rechtvaardige lastenverdeling. De hogere beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof verklaart de hoger beroepen ongegrond en bevestigt dat de terugwerkende kracht van de crisisheffing niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM.