Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 20 juni 2017
[naam] ,
[naam] ,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
.Op de website van [geïntimeerde] bevinden zich afbeeldingen/foto’s van beelden en teksten. [geïntimeerde] heeft foto’s van beelden, die zij aanbiedt (al dan niet deels) overgenomen van de website www. […] .nl van haar leverancier [leverancier X] B.V.
teksten ter aanprijzing van de bronzen beelden en andere artikelen,dus de teksten genoemd in rechtsoverweging 9, onder 1 tot en met 9) auteursrechtelijk beschermde werken zijn. Dat oordeel heeft [appellant] in hoger beroep niet bestreden. Hij erkent dat op (een deel van) de advertentieteksten (gezamenlijk) auteursrecht rust. Het hof verenigt zich overigens met dit oordeel op de door de rechtbank gegeven gronden. De rechtbank heeft ook aangenomen dat [geïntimeerde] als (mede)maker medeauteursrechthebbende is. [appellant] erkent dat [geïntimeerde] een aantal teksten heeft gemaakt met dien verstande dat hij stelt dat dat in samenwerking met hem is gebeurd, waarbij hij ook zijn creatieve inbreng heeft gehad. Hij betwist dat dit geldt voor alle reclameteksten, stellende dat [geïntimeerde] deze of onderdelen daarvan van websites van leveranciers of andere derden heeft overgenomen. Hij heeft echter de, met een voorbeeld (productie 1 memorie van antwoord) onderbouwde, stelling van [geïntimeerde] dat haar leverancier [leverancier X] op zijn websites “in de praktijk” volstond met vermelding van formaten, het artikelnummer en de Engelse naam van een aangeboden beeld, niet voldoende gemotiveerd weersproken, terwijl ook op de door [appellant] zelf als producties H6, H7 en H8 bij memorie van grieven overgelegde screenprints van de websites van [leverancier X] en Amazon (met foto’s 7 en 2) geen reclameteksten, althans teksten vergelijkbaar met de reclameteksten op de website van [geïntimeerde] , voorkomen. Naar het oordeel van het hof lag het onder deze omstandigheden op de weg van [appellant] om zijn betwisting nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door inzicht te geven in websites van door hem bedoelde derden, waarvan hij kennelijk ook zelf afneemt. Nu hij dat heeft nagelaten gaat het hof ervan uit dat [geïntimeerde] (mede)maker van de advertentieteksten is. Dat [geïntimeerde] bij het maken van de teksten andere websites heeft geraadpleegd, daaruit delen heeft overgenomen en door haar gemaakte vertalingen van stukken Engelse tekst van derden (zoals de door [appellant] als productie H5 overgelegde Engelse tekst over de beeldhouwer Pautrot) heeft gebruikt doet daar niet aan af. In zoverre falen de grieven.
Beslissing
- [appellant] daarbij is bevolen onder meer elke openbaarmaking en/of verveelvoudiging van afbeeldingen van [geïntimeerde] te staken en gestaakt te houden;
- [appellant] is veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg;