Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
BESCHIKKING
[naam verzoeker],
“Artikel 591a Sv stelt als voorwaarde dat de strafzaak moet zijn geëindigd
Gerechtshof Den Haag
Verzoekster heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in verband met een procedure ex artikel 552a Sv. De rechtbank verklaarde dit verzoek deels niet-ontvankelijk omdat het klaagschrift ex artikel 552a Sv slechts deels gegrond was verklaard, waardoor vergoeding van kosten volgens de rechtbank niet mogelijk was.
Verzoekster stelde hoger beroep in tegen deze beschikking. Het hof heeft het hoger beroep behandeld in raadkamer, waar de advocaat van verzoekster en de advocaat-generaal zijn gehoord. Verzoekster zelf was niet aanwezig. De advocaat-generaal concludeerde tot afwijzing van het hoger beroep.
Het hof heeft de overwegingen en beslissingen van de rechtbank onderschreven en het hoger beroep afgewezen. De uitspraak bevestigt dat vergoeding van kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 591a Sv niet mogelijk is indien het klaagschrift ex artikel 552a Sv slechts deels gegrond wordt verklaard.
De beschikking is uitgesproken door het hof Den Haag op 13 juli 2017 en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om vergoeding van kosten rechtsbijstand.