Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
3.Beslissing
I.C. Kranenburg en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 augustus 2017 in aanwezigheid van de griffier.
Gerechtshof Den Haag
Appellant trad in juli 2015 in dienst bij QLS voor bepaalde tijd, waarna de arbeidsovereenkomst vanaf oktober 2015 voor onbepaalde tijd gold. In mei 2016 legde appellant zijn werkzaamheden neer en stelde loonvorderingen en verzoeken tot verstrekking van salarisspecificaties en pensioengegevens in kort geding. De kantonrechter wees deze voorzieningen af wegens onvoldoende spoedeisend belang.
In hoger beroep vordert appellant alsnog betaling van loon over de periode juli 2015 tot en met juli 2016, verstrekking van salarisspecificaties en pensioengegevens. Het hof overweegt dat de arbeidsovereenkomst tot december 2016 voortduurde en dat de opschorting van werkzaamheden door appellant niet terecht was. Voor de periode na mei 2016 is onvoldoende aannemelijk dat appellant recht had op loon.
Verder is de spoedeisendheid voor loonvorderingen over eerdere perioden onvoldoende onderbouwd, mede omdat appellant in de bodemprocedure geen loonvordering heeft ingesteld. Ook het verzoek tot verstrekking van pensioengegevens mist spoedeisend belang. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de loonvordering en het verzoek tot verstrekking van pensioengegevens af wegens onvoldoende spoedeisend belang.