Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[naam],
openstaandezak met tie rips is aangetroffen en een
witteriem, hetgeen past in de bestreden verklaring van [medeverdachte] dat zij op bed, dus in de slaapkamer, met tie rips is vastgebonden en is geslagen met een
witteriem. Dat er geen DNA sporen op deze voorwerpen zijn aangetroffen met een duiding zoals betoogd door de verdediging, kan daar naar het oordeel van het hof onvoldoende aan afdoen.
denktdat [medeverdachte], die zich toen in de keuken bevond, heeft gezien dat hij via de keuken de slaapkamer uit is gekomen alsmede gezien heeft dat hij sleutels uit het kastje heeft gehaald en met die sleutels de woning heeft verlaten. Dit acht het hof hoogst onwaarschijnlijk nu verdachte ter zitting met behulp van een door hemzelf gemaakte tekening van die woning, waarop aangegeven staat waar dit sleutelkastje zich bevindt, nog eens heeft bevestigd dat daar het kastje gepositioneerd is en blijkens die tekening dit sleutelkastje zich vanuit de keuken lopend om een hoek achter een wand/muur links tegen/in de muur in de gang van de woning bevond.
opzettelijke uitlokking van moord.
BESLISSING
bewezendat de verdachte het
primairten laste gelegde heeft begaan.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van.
€ 79.944,00 (negenenzeventigduizend negenhonderdvierenveertig euro)ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 79.944,00 (negenenzeventigduizend negenhonderdvierenveertig euro)als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
341 (driehonderdeenenveertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
€ 1.416,00 (duizend vierhonderdzestien euro)ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 1.416,00 (duizend vierhonderdzestien euro)als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
24 (vierentwintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.