Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 18 juli 2017
[appellant],
Juresta Card B.V., h.o.d.n. Juresta legalmanagement
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Het hof oordeelt als volgt. Indien een rechtspersoon tekortschiet in de nakoming van een verbintenis of een onrechtmatige daad pleegt is uitgangspunt dat alleen de rechtspersoon aansprakelijk is voor daaruit voortvloeiende schade. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van die rechtspersoon, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de rechtspersoon. Voor het aannemen van zodanige aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Aldus gelden voor het aannemen van aansprakelijkheid van een bestuurder naast de vennootschap hogere eisen dan in het algemeen het geval is. Of de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt als zojuist bedoeld kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Indien de bestuurder namens de rechtspersoon een verbintenis is aangegaan en – zoals in het onderhavige geval – de vordering van de schuldeiser onbetaald blijft en onverhaalbaar blijkt, kan persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder worden aangenomen indien deze bij het aangaan van die verbintenis wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat de rechtspersoon niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden. Daarnaast kan aansprakelijkheid van de bestuurder aan de orde zijn indien zijn handelen of nalaten als bestuurder ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt, waarvan in ieder geval sprake is als de bestuurder wist of redelijkerwijze had behoren te begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelwijze van de rechtspersoon tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.
bij het aangaanvan de overeenkomst in 2006 wist of redelijkerwijze behoorde te begrijpen dat hij de vorderingen van Juresta Card niet zou kunnen voldoen. Ook als juist is dat het in 2006 al minder goed ging met Ayla B.V., betekent dat niet dat Ayla B.V. niet meer in staat zou zijn om een relatief gering abonnementsgeld van € 210,63 per jaar te voldoen. Iets anders is dat Juresta Card ook heeft aangevoerd dat [appellant] ten onrechte heeft toegelaten dat Ayla B.V. is opgehouden de facturen voor het abonnementsgeld aan Juresta Card te voldoen en vervolgens Ayla B.V. heeft laten doodbloeden zonder vereffening, terwijl hij wist of moest weten dat Juresta Card nog een vordering op Ayla B.V. had althans pretendeerde. In de stellingen van Juresta Card ligt voorts besloten dat er bij een behoorlijke afwikkeling c.q. vereffening van Ayla B.V. gelden beschikbaar waren geweest om de vordering van Juresta Card te voldoen. Het hof is met Juresta Card van oordeel dat indien [appellant], door niet tot behoorlijke vereffening van Ayla B.V. over te gaan, heeft bewerkstelligd dat crediteuren van Ayla B.V. niet werden voldaan terwijl hiervoor wel middelen beschikbaar waren, sprake is van handelen waarvan [appellant] persoonlijk een ernstig verwijt valt te maken. In dat geval is immers geen sprake van betalingsonmacht, maar van betalingsonwil. In eerste aanleg heeft Juresta Card bij akte van 3 juni 2015 verwezen naar de randnummers 15 t/m 19 van een door haar als productie A bij de akte van 3 juni 2015 gevoegde akte in de procedure die tegen [appellant] is aangespannen door haar zusterorganisatie Juresta Nederland B.V. van dezelfde datum (deze procedure is bij het hof bekend onder rolnummer 200.178.354/01). In de genoemde randnummers van de desbetreffende akte heeft Juresta Card erop gewezen dat in de laatste jaarrekening van Ayla B.V. van 2011 nog een werkkapitaal van € 9.056,00 wordt vermeld, terwijl onduidelijk is waar dat geld is gebleven. De jaarrekening is, zo blijkt uit de akte, overgelegd als productie 8 bij de inleidende dagvaarding.