Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 12 september 2017
[appellant] ,
Kinderwens MC B.V., h.o.d.n. Medisch Centrum Kinderwens,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- i) [ex-partner] en [appellant] hebben zich op 2 augustus 2010 tot MCK gewend met een kinderwens en de behandeling door MCK was er sindsdien op gericht die wens in vervulling te laten gaan;
- ii) [appellant] was in deze periode van bijna twee jaar steeds aanwezig bij deze behandeling(en);
- iii) [appellant] heeft meermalen sperma geleverd in het kader van deze behandeling(en), laatstelijk op 30 mei 2012;
- iv) Op 2 juni 2012 was hij aanwezig bij de plaatsing van een embryo bij [ex-partner] en heeft hij ingestemd met het invriezen van twee andere embryo’s;
- v) Op 6 september 2012 was [appellant] aanwezig bij het echografisch onderzoek van [ex-partner] , waarbij is bevestigd dat zij zwanger was; op dat moment heeft [appellant] noch [ex-partner] aan MCK laten weten dat hun relatie was verbroken of dat de zwangerschap zonder toestemming van [appellant] tot stand zou zijn gebracht;
- vi) [appellant] heeft dit laatste eerst bij klachtbrief van 28 mei 2013 aan MCK meegedeeld.
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 13 april 2016;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van MCK tot op heden begroot op € 718,- aan verschotten en € 894,- aan salaris advocaat en bepaalt dat deze bedragen binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.