ECLI:NL:GHDHA:2017:2526
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade na verzet tegen aanhouding politieagent
Op 6 februari 2013 vond een huiszoeking plaats in de woning van [X], waarbij politie-inspecteur [appellant] aanwezig was. Tijdens de aanhouding verzette [X] zich, waardoor de duim van de inspecteur uit de kom raakte. In eerste aanleg werd de vordering van [appellant] tot immateriële schadevergoeding afgewezen omdat het letsel werd gezien als een ongelukkige samenloop van omstandigheden die een politieagent in zijn functie moet accepteren.
In hoger beroep stelde het hof vast dat [X] onrechtmatig handelde door zich te verzetten tegen de aanhouding en dat het letsel aan de inspecteur aan hem toe te rekenen is. Het hof verwierp het argument dat een politieagent immateriële schadevergoeding pas toekomt bij overschrijding van bepaalde grenzen en oordeelde dat de erfgenamen van [X] aansprakelijk zijn.
Het letsel betrof een duim uit de kom met blijvende invaliditeit van 6%, waarvoor [appellant] een operatie en langdurige behandeling onderging. Het hof vergeleek soortgelijke zaken en stelde de immateriële schadevergoeding vast op €1.500, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 6 februari 2013. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en de erfgenamen werden veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en proceskosten.
Uitkomst: De erfgenamen worden veroordeeld tot betaling van €1.500 immateriële schadevergoeding aan de politie-inspecteur met wettelijke rente en proceskosten.