ECLI:NL:GHDHA:2017:2535
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in bezwaarschrift tegen kennisgeving vervangende hechtenis
De veroordeelde diende op 9 juni 2017 een bezwaarschrift in tegen de kennisgeving van het openbaar ministerie tot toepassing van vervangende hechtenis, welke kennisgeving op 24 mei 2017 aan hem persoonlijk was betekend. Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift op grond van artikel 22g, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht.
Uit de stukken bleek dat de kennisgeving op 24 mei 2017 door uitreiking aan de veroordeelde was betekend, zoals bevestigd door een akte van uitreiking met paraaf en inkomststempel. De veroordeelde stelde dat hem telefonisch was meegedeeld dat het te laat was voor een bezwaarschrift en dat het bezwaarschrift daarom op 9 juni 2017 was ingediend, hetgeen buiten de termijn van veertien dagen viel.
Het hof vond geen aanwijzingen voor de juistheid van het betoog van de veroordeelde en verwierp de speculatie over een latere uitreiking. Omdat de termijn was overschreden en geen verschoonbare reden was aangevoerd, verklaarde het hof de veroordeelde niet-ontvankelijk in het bezwaarschrift.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 15 augustus 2017.
Uitkomst: De veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaarschrift wegens overschrijding van de bezwaartermijn.