ECLI:NL:GHDHA:2017:2571
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen interne verdeling van gezamenlijke lening tussen voormalige samenwoners zonder bewijs
Partijen, voormalige samenwoners zonder samenlevingsovereenkomst, waren hoofdelijk verbonden voor een lening van €70.000,- bij DEFAM. De vrouw vorderde de helft van de lening en achterstallige rente van de man, stellende dat de lening gezamenlijk was gebruikt.
De man betwistte dit en stelde dat de lening volledig ten goede was gekomen aan de vrouw, onderbouwd met een gedetailleerd overzicht van de bestedingen. Het hof oordeelde dat het enkele feit van hoofdelijke verbondenheid geen interne draagplicht impliceert zonder bewijs dat de lening ook de man ten goede kwam.
Omdat de vrouw geen enkel begin van bewijs leverde dat de lening mede aan de man ten goede kwam, wees het hof haar vorderingen af. De proceskosten werden gecompenseerd gezien de affectieve relatie tussen partijen.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de vrouw af omdat de lening volledig aan haar ten goede is gekomen en zij geen bewijs levert van gezamenlijke besteding.