ECLI:NL:GHDHA:2017:2668
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek partneralimentatie na echtscheiding
In deze zaak gaat het om een verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van een beschikking waarin de man is veroordeeld tot betaling van partneralimentatie aan de vrouw na hun echtscheiding. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en de alimentatieplicht vastgesteld, welke uitvoerbaar bij voorraad was verklaard.
De man kwam in hoger beroep en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid van de alimentatiebetaling. Hij stelde dat hij geen draagkracht meer had omdat zijn tijdspaarfonds was uitgeput en hij schulden had. De vrouw verzette zich tegen dit verzoek.
Het hof oordeelde dat de man in eerste aanleg geen draagkrachtverweer had gevoerd en dat hij onvoldoende bewijs had geleverd van zijn financiële situatie. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van de vrouw bij voortzetting van de alimentatiebetaling zwaarder woog dan het belang van de man bij schorsing. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen. De behandeling van de hoofdzaak wordt op een later tijdstip voortgezet.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de partneralimentatie wordt afgewezen.