Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
ade bestreden beschikking te bekrachtigen voor zover het de vaststelling betreft dat de man geen kinderalimentatie aan de vrouw is verschuldigd onder verbetering van gronden. De man verzoekt het hof te bepalen dat de vrouw alle verblijfsoverstijgende kosten voor haar rekening moet nemen,
€ 50,- per dag per pensioenfonds en per onderdeel dat zij aan die veroordeling geen gevolg geeft,
e. de vrouw te gebieden binnen twee weken na het onherroepelijk worden van de beschikking van het hof aan alle betrokken buitenlandse pensioenfondsen mededeling te doen (met afschrift aan de man), waarin zij de fondsen op de hoogte stelt van de echtscheiding en het feit dat de man recht heeft op de helft van het tijdens huwelijk opgebouwde pensioen, met het verzoek de man te informeren over het moment waarop de vrouw haar pensioen gaat genieten op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,- per dag per pensioenfonds dat zij aan die veroordeling geen gevolg geeft,
Inleiding
Kinderalimentatie
€ 600,- per maand, ofwel € 90,- per maand. Deze zorgkorting komt in mindering op de door de man te betalen bijdrage. Uit dit alles volgt dat de draagkracht van de man een kinderalimentatie voor de oudste minderjarige toelaat van € 82,- per maand. Het hof gaat er daarbij vanuit dat de vrouw de volledige verblijfsoverstijgende kosten van de oudste minderjarige draagt, nu hij bij haar zijn hoofdverblijf heeft.
Verdeling
€ 29.272,17 op zich niet weersproken, zodat het hof van dit bedrag uitgaat.
€ 29.272,17 privévermogen van de vrouw betreft en dat zij ter zake een vergoedingsrecht heeft op de gemeenschap. Het hof zal overeenkomstig bepalen. Nu de vrouw een vergoedingsrecht heeft op de gemeenschap en niet op de man, zal het hof haar verzoek te bepalen dat de man dit bedrag aan haar dient te betalen, afwijzen.
1 oktober 2016 van de uitsluitend door de man gebruikte auto. Volgens de vrouw waren partijen overeengekomen deze lasten gezamenlijk te dragen.
Proceskosten
- de afwijzing van het verzoek om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de oudste minderjarige;
- de bepaling dat de overige door partijen genoemde bankrekeningen aangeduid als f, g, h en i zijn opgeheven/worden opgeheven en reeds zijn verdeeld/niet meer behoeven te worden verdeeld,