Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 19 september 2017
[naam 1] ,
BAM Woningbouw B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
:
vanaf contractdatum aannemingsovereenkomst tot en met het moment dat opdrachtgever aan zijn totale betalingsverplichting heeft voldaan.
vanaf contractdatum aannemingsovereenkomst tot en met het moment dat opdrachtgever aan zijn totale betalingsverplichting heeft voldaan.
eerste en vierde griefkomt [appellant] op tegen de afwijzing van haar reconventionele vordering.
tweede, derde en vijfde griefbetreffen de hoogte van de door [appellant] te betalen aanneemsom. Ook in de eerste grief wordt die aangesneden.
BAM heeft in hoger beroep geen beroep gedaan op het gezag van gewijsde van voormelde beslissing van de rechtbank. Dit betekent, gelet op artikel 236 lid 3 Rv Pro, dat het hof de vraag of er een afnameverplichting op BAM rustte in dit geschil in conventie opnieuw moet beoordelen. Het hof zal in verband met de devolutieve werking van het hoger beroep daarbij mede acht slaan op de stellingen van BAM in eerste aanleg, die naar het hof begrijpt zijn gehandhaafd. In dit verband heeft BAM zowel in eerste aanleg als in hoger beroep gemotiveerd betwist dat een afnameverplichting is overeengekomen. BAM heeft onder meer gewezen op het feit dat de optie was bedoeld als zekerheid voor BAM, dat op het moment van tekenen van de aannemingsovereenkomst al vast stond dat de verkoop aan de beoogde koper ‘Finster’ niet door zou gaan en dat het begrip ‘optie’ wijst op een ‘mogelijkheid’, geen plicht, terwijl BAM heeft betwist dat de eenzijdige wijziging van artikel 8 de Pro instemming van BAM had.
14. Dit betekent dat (ook in conventie) niet is komen vast te staan dat op BAM een afnameverplichting rustte. Het hof dient thans te beoordelen of [appellant] heeft gedwaald bij het aangaan van de aannemingsovereenkomst. Het overweegt daartoe als volgt.
Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van 10 juni 2015;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van BAM tot op heden begroot op € 5.213,- aan griffierecht en op € 11.450,- aan salaris advocaat;