Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Proceskosten
€ 1.788,- +
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de man de biologische vader is van de minderjarige. De vrouw had de erkenning van het vaderschap aangevochten en verzocht om vernietiging daarvan. Het hof stelde vast dat vernietiging alleen mogelijk is indien de vrouw bewijst dat de man niet de biologische vader is. De vrouw slaagde er niet in om een begin van bewijs te leveren.
Het hof had een DNA-onderzoek gelast, maar de vrouw zorgde er niet voor dat de minderjarige tijdig aanwezig was voor de afname van het DNA-monster, waardoor het onderzoek niet kon worden uitgevoerd. Hierdoor kon de vrouw niet voldoen aan haar bewijslast en werd het hoger beroep afgewezen.
Daarnaast oordeelde het hof dat de vrouw de man onnodig in gerechtelijke procedures heeft betrokken, zonder enig bewijs te leveren, en daarmee misbruik van procesrecht maakte. Dit was ook in strijd met de belangen van de minderjarige. Daarom werd de vrouw veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, begroot op €2.101.
De bestreden beschikking werd bekrachtigd en de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vrouw wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.