Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
BESCHIKKING
[verzoeker],
Beslissing
€ 144.636,52, (honderdvierenveertig duizend zeshonderdzesendertig EURO en tweeënvijftig EUROCENT).
Gerechtshof Den Haag
De politieagent werd verdacht van mishandeling en poging tot mishandeling na het toepassen van geweld tijdens een aanhouding. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak hem vrij van de ten laste gelegde feiten. Vervolgens verzocht de agent om vergoeding van kosten rechtsbijstand ter hoogte van €144.636,52.
Het hof oordeelde dat hoewel de agent zelf niet onrechtmatig handelde, de gedragingen die tot de vervolging leidden wel tot zijn taak als werknemer behoorden en onder zeggenschap van zijn werkgever vielen. Op grond van artikel 6:170 lid 1 BW Pro is de werkgever aansprakelijk voor onrechtmatige daden van werknemers binnen hun taak, tenzij sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid, wat hier niet aan de orde was.
Daarnaast is de werkgever op grond van artikel 7:611 BW Pro verplicht zich als goed werkgever jegens de werknemer te gedragen. De werkgever had de kosten van rechtsbijstand reeds voldaan, en het hof vond het onwenselijk dat daardoor de Staat niet zou hoeven te betalen. De vergoeding werd daarom aan de verzoeker toegekend, met de verplichting dat deze aan de werkgever toekomt.
De feiten betroffen een incident op 20 juni 2013 waarbij de politieagent een bekeuring wilde uitschrijven, waarna een derde persoon zich ermee bemoeide en werd aangehouden. Het gebruik van geweld was bevoegd en noodzakelijk volgens artikel 2 Politiewet Pro 2012. De kosten van rechtsbijstand waren door de Nationale politie voldaan, waarna het hof de vergoeding ten laste van de Staat toekende.
Uitkomst: Het hof kent de politieagent een vergoeding van €144.636,52 toe voor kosten rechtsbijstand ten laste van de Staat.