ECLI:NL:GHDHA:2017:411
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- H.J. Vetter
- K.I. Oyunlu
- H.J. van Kooten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en medewerking echtgenote
Appellant heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van €165.221,35. De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk omdat de medewerking van zijn echtgenote, vereist op grond van het Turkse huwelijksvermogensrecht, ontbrak.
In hoger beroep verklaarde de echtgenote haar medewerking te verlenen, waardoor het hof appellant ontvankelijk achtte. Vervolgens onderzocht het hof of appellant te goeder trouw was geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Het hof oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat appellant te goeder trouw was, onder meer vanwege het ontbreken van een verklaring over een schuld aan de Belastingdienst en het ontbreken van ontstaansdata bij veel schulden.
Daarnaast achtte het hof onvoldoende aannemelijk dat appellant zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zou nakomen, mede vanwege zijn beperkte beheersing van de Nederlandse taal en het ontbreken van een sociaal vangnet. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende goede trouw en twijfel over nakoming van verplichtingen.