ECLI:NL:GHDHA:2017:4264
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens verjaring geweldpleging en mishandeling
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden wegens openlijk in vereniging gepleegd geweld en mishandeling op 12 februari 2004 in Den Haag. Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld.
Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en constateerde dat het vonnis bij verstek op 18 oktober 2004 was gewezen, maar pas op 24 maart 2017 aan de verdachte betekend. Gedurende deze periode van ruim twaalf jaar was geen daad van vervolging verricht die de verjaring zou stuiten.
De verdachte had verklaard in Engeland te wonen, maar het Openbaar Ministerie had geen effectieve pogingen ondernomen om het vonnis aan hem te betekenen of zijn verblijfplaats te achterhalen. Enkel het raadplegen van Nederlandse registers werd niet als stuitingshandeling aangemerkt.
Daarom oordeelde het hof dat het recht tot strafvordering was verjaard en verklaarde het OM niet-ontvankelijk. Tevens werd het bevel tot gevangenneming vernietigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens verjaring van de strafvordering.