Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 7 maart 2017
Owercare B.V.,
[naam],
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Het gaat in deze zaak om het volgende:
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond het ontslag op staande voet van [verweerster] door Owercare B.V. centraal. De kantonrechter had beide ontslagen op staande voet vernietigd en de arbeidsovereenkomst ontbonden met toekenning van een billijke vergoeding. Owercare ging in hoger beroep tegen deze beschikking met negen grieven, waarvan één later werd toegevoegd. Het hof verwierp deze grieven en bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter.
De kern van het geschil betrof de geldigheid van de ontslagen op staande voet, waarbij het hof oordeelde dat een voorwaardelijke intrekking van ontslag op staande voet strijdig is met het karakter van dit ontslag en daarom ongeldig is. Tevens was niet aannemelijk dat [verweerster] de e-mails met oproepen tot werkhervatting had ontvangen, mede omdat deze in haar spambox waren beland en Owercare onvoldoende bewijs leverde van ontvangst. Hierdoor kon geen sprake zijn van werkweigering die een dringende reden voor ontslag oplevert.
Ook het tweede ontslag op staande voet werd vernietigd omdat [verweerster] op het moment van de oproep op vakantie was en dit geen dringende reden voor ontslag opleverde. De billijke vergoeding werd gehandhaafd. Het hof veroordeelde Owercare tot betaling van de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De ontslagen op staande voet zijn vernietigd en de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd met toekenning van een billijke vergoeding.