Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2017:466

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
31 januari 2017
Publicatiedatum
1 maart 2017
Zaaknummer
200.204.039/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 FwArt. 288 lid 1 aanhef en onder c Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing schuldsaneringsregeling ondanks onvoldoende beheersing Nederlandse taal

Appellant heeft bij de rechtbank verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van €33.061,61. De rechtbank wees dit verzoek af omdat onvoldoende aannemelijk was dat appellant zijn verplichtingen zou nakomen, mede vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal en gebrek aan structurele hulp.

In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel degelijk kan rekenen op structurele hulp van een vriendin die hem ondersteunt bij vertalingen en sollicitaties, en dat er inmiddels een beschermingsbewindvoerder is benoemd. Het hof stelde vast dat deze omstandigheden een voldoende vangnet vormen.

De beschermingsbewindvoerder verklaarde dat appellant sinds zijn terugkomst in Nederland geen nieuwe schulden heeft gemaakt en alle benodigde stukken aanlevert. Ook de schuldbemiddelingsinstantie bevestigde dat appellant gemotiveerd is zijn schulden af te lossen. Daarnaast toonde een inburgeringscoach aan dat appellant gemotiveerd is tijdens taallessen.

Het hof concludeerde dat ondanks de beperkte taalvaardigheid, er geen beletselen zijn om de schuldsaneringsregeling toe te passen. Het bestreden vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de schuldsaneringsregeling wordt uitgesproken.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart de schuldsaneringsregeling van toepassing ondanks onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.204.039/01
Rekestnummer rechtbank : C/09/517301 / FT RK 16/1865

arrest van 31 januari 2017

inzake

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna te noemen: [appellant] ,
advocaat: mr. R.S. Ganeshie te Rotterdam.

Het geding

Bij verzoekschrift (met producties), ingekomen ter griffie van het hof op 23 november 2016, heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 november 2016, waarbij zijn verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen. Hij verzoekt het hof het vonnis waarvan hoger beroep te vernietigen en hem alsnog toe te laten tot de schuldsaneringsregeling. Bij brief van 9 januari 2017 is nog een aantal producties aan het hof toegezonden.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 januari 2017. Verschenen is: [appellant] , vergezeld door een vriendin, mevrouw [naam vriendin] , en bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de beschermingsbewindvoerder mevrouw P. Klop .
Ter zitting heeft mr. Ghaneshie nog een tweetal producties overgelegd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. [appellant] heeft op 30 augustus 2016 bij de rechtbank een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling. Volgens de aan het hof overgelegde bijlage ex artikel 285 Faillissementswet Pro (Fw) is sprake van een totale schuldenlast van € 33.061,61.
2. De rechtbank heeft het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen op grond van het oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat [appellant] zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven (artikel 288 lid 1 aanhef Pro en onder c Fw). De rechtbank heeft daarbij overwogen dat [appellant] de Nederlandse taal nog niet volledig beheerst en onvoldoende aannemelijk is geworden dat [appellant] zich heeft voorzien van structurele hulp bij vertaling van correspondentie, dan wel dat hij gedurende de volledige duur van een schuldsaneringsregeling zal kunnen rekenen op dergelijke hulp.
3. De grieven en argumenten van [appellant] kunnen als volgt worden samengevat.
[appellant] erkent dat hij de Nederlandse taal nog niet volledig beheerst. De rechtbank heeft echter ten onrechte geoordeeld dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat hij gedurende de schuldsaneringsregeling zal kunnen rekenen op structurele hulp. Hij kan immers rekenen op de hulp van een vriendin. Zij zal hem helpen bij de vertaling van correspondentie en het schrijven van sollicitatiebrieven. Daarnaast is er op 25 november 2016 een beschermingsbewindvoerder benoemd.
4. Gelet op de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting in hoger beroep is het hof van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat [appellant] zich zal inspannen om zijn verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren na te komen en om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Weliswaar is ook in hoger beroep gebleken dat [appellant] de Nederlandse taal (nog) niet voldoende beheerst, maar hierin ziet het hof in dit geval geen beletsel om de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren. Daarbij wordt onder meer in aanmerking genomen dat, wat bij de behandeling in de eerste aanleg nog niet het geval was, inmiddels, te weten op 25 november 2016, een beschermingsbewindvoerder is benoemd, mevrouw P. Klop . Zij heeft verklaard dat [appellant] sinds zijn terugkomst in Nederland in 2012 geen - verwijtbare - nieuwe schulden heeft laten ontstaan en alle benodigde stukken netjes bij haar aanlevert. Zij heeft vertrouwen in de nakoming van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling door [appellant] . Ook de schuldbemiddelingsinstantie heeft geschreven dat [appellant] de gemaakte afspraken is nagekomen en gemotiveerd is om van zijn schulden af te komen. Verder heeft ter zitting van het hof een vriendin van [appellant] , te weten mevrouw [naam vriendin] , die de Nederlandse taal beheerst, verklaard dat zij [appellant] gedurende de schuldsaneringsregeling zal bijstaan. Zij is bereid en in staat om de in het kader van de schuldsaneringsregeling van belang zijnde correspondentie voor hem te vertalen. Daarnaast zal zij hem helpen bij het schrijven van het vereiste aantal sollicitatiebrieven en het tijdig en volledig informeren van de bewindvoerder.
Anders dan in de eerste aanleg is daarom in hoger beroep aannemelijk geworden dat er een voldoende vangnet aanwezig is. Positief is ook dat uit een e-mailbericht van de inburgeringscoach van [appellant] , mevrouw [naam inburgeringscoach] , blijkt dat [appellant] zich tijdens de taallessen gemotiveerd toont en een actieve houding aanneemt.
5. Nu niet gebleken is van beletselen die aan toepassing van de schuldsaneringsregeling in de weg staan, zal het hof het bestreden vonnis vernietigen en de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitspreken.

De beslissing

Het hof:
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 15 november 2016;
- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] uit;
- verwijst de zaak naar voornoemde rechtbank ter uitvoering van de schuldsaneringsregeling.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. van der Klooster, D.A. Schreuder en H.J. Steinvoort en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 januari 2017 in aanwezigheid van de griffier.