ECLI:NL:GHDHA:2017:488
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante heeft bij de rechtbank Rotterdam verzocht om een gedwongen schuldregeling op te leggen aan haar schuldeisers, waaronder Capabel Onderwijs en Mundo Kinderopvang. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat bijzondere omstandigheden bestonden die een gedwongen schuldregeling rechtvaardigen. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze beslissing.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep heeft het hof overwogen dat schuldeisers in beginsel vrij zijn om volledige betaling van hun vordering te verlangen. Het aangeboden akkoord voorzag slechts in een uitkering van 4,65% van de vordering, wat het belang van de schuldeisers bij weigering van het akkoord rechtvaardigt. Bovendien was onvoldoende gebleken dat appellante bijzondere omstandigheden kon aantonen die een gedwongen schuldregeling zouden rechtvaardigen.
Het hof oordeelde verder dat appellante niet te goeder trouw handelde bij het aangaan van de schuld bij Capabel, aangezien zij zich inschreef voor een opleiding terwijl zij wist dat zij de kosten niet kon voldoen. Ook was niet aannemelijk dat zij zich maximaal inspant om haar schuldenpositie te verbeteren of dat zij op korte termijn niet in staat zou zijn om inkomsten te genereren om haar schuldeisers beter te betalen.
Gezien de omvang van de vorderingen van Mundo en Capabel en het ontbreken van een voldoende gemotiveerd en maximaal haalbaar aanbod, concludeerde het hof dat er geen onevenredigheid bestaat tussen de belangen van appellante en die van de weigerachtige schuldeisers. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot gedwongen schuldregeling af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot gedwongen schuldregeling af wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.