ECLI:NL:GHDHA:2017:491
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming sollicitatieplicht
Appellant was onder schuldsaneringsregeling gesteld bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 17 juni 2014, met verlenging tot 17 juni 2018. De rechtbank beëindigde de regeling tussentijds op 17 november 2016 wegens niet-nakoming van de sollicitatieplicht in de periode 22 december 2015 tot 14 juli 2016.
Appellant voerde aan dat hem geen verwijt kan worden gemaakt omdat hij ontheffing van de sollicitatieplicht had moeten krijgen op grond van GGZ-rapportages. De bewindvoerder verklaarde dat appellant op 21 december 2015 schriftelijk was meegedeeld dat hij 24 uur per week arbeidsgeschikt was en dat appellant pas in mei 2016 had aangegeven dat het slecht met hem ging.
Het hof oordeelde dat appellant weliswaar zijn sollicitatieplicht niet naar behoren heeft nagekomen, maar dat dit hem niet of slechts in beperkte mate kan worden verweten vanwege ernstige psychische problemen waaronder ADHD en borderline. Het ontslag op staande voet was slechts in beperkte mate verwijtbaar. Het hof achtte een nieuwe keuring wenselijk en vernietigde het vonnis van de rechtbank, verwijzend naar verdere uitvoering van de regeling.
Uitkomst: Het hof vernietigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling en verwijst de zaak terug voor verdere uitvoering.