ECLI:NL:GHDHA:2017:530
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot gedwongen schuldregeling ondanks verzet schuldeiser
Appellante heeft bij de rechtbank verzocht om een gedwongen schuldregeling op te leggen aan geïntimeerde en een andere schuldeiser. De rechtbank wees dit verzoek af omdat het aanbod van appellante niet het uiterste zou zijn wat zij financieel kon bieden, mede gezien haar mogelijkheid tot werken ondanks psychische problemen.
In hoger beroep betoogt appellante dat het aanbod wel het uiterste is en dat geïntimeerde onredelijk weigert in te stemmen. Geïntimeerde voert aan dat hij niet overtuigd is van appellantes onvermogen om haar inkomen te verhogen en wijst op het ontbreken van medische stukken.
Het hof overweegt dat het aanbod het maximale is wat appellante, met een Participatiewet-uitkering, momenteel kan betalen. Het hof neemt mee dat het aanbod een prognose is die kan verbeteren indien appellante werk vindt. Geïntimeerde is de enige schuldeiser die weigert, maar zijn belang weegt minder zwaar dan dat van appellante en de overige schuldeisers.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en beveelt geïntimeerde in te stemmen met de schuldregeling. Daarmee wordt het verzoek van appellante toegewezen.
Uitkomst: Het hof beveelt schuldeiser in te stemmen met de door schuldenaar aangeboden schuldregeling.