ECLI:NL:GHDHA:2017:613
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- C. van Nievelt
- I. Obbink-Reijngoud
- N.P.C. van Wijk
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag moeder en verlenging ondertoezichtstelling jongste kind
In deze civiele zaak stond de beëindiging van het ouderlijk gezag van de moeder over vier minderjarige kinderen centraal, evenals de verlenging van de ondertoezichtstelling van het jongste kind. De moeder was in eerste aanleg reeds het gezag ontnomen en stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat de situatie inmiddels stabiel was en dat zij in staat was tot een veilige opvoeding. Het hof nam het standpunt van de moeder niet over.
De feiten toonden aan dat de kinderen langdurig onveilige situaties hadden ervaren, waaronder huiselijk geweld, en dat de moeder beperkte opvoedvaardigheden heeft, mede door een laag IQ en een kwetsbare thuissituatie. De kinderen verblijven al geruime tijd bij pleegouders die hen een stabiele en veilige omgeving bieden. Het hof oordeelde dat de aanvaardbare termijn voor terugkeer naar de moeder was verstreken en bevestigde de beëindiging van het gezag.
Ten aanzien van het jongste kind werd de ondertoezichtstelling verlengd omdat de moeder nog steeds pedagogische beperkingen vertoont en er zorgen zijn over haar contact met haar ex-partner, die in een TBS-kliniek verblijft. Het hof vond het noodzakelijk dat de moeder begeleiding blijft ontvangen om de ontwikkeling en veiligheid van het kind te waarborgen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de bestreden beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder over vier kinderen en verlengt de ondertoezichtstelling van het jongste kind.