ECLI:NL:GHDHA:2017:647
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding vervangende toestemming reizen met minderjarige naar het buitenland
De man is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de voorzieningenrechter die aan de vrouw vervangende toestemming gaf om met de minderjarige naar Curaçao te reizen en de vordering van de man tot toestemming voor een reis naar Suriname afwees.
Het hof oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij haar verzoek, gelet op de praktische omstandigheden rondom het boeken van tickets en accommodatie voor meerdere personen. De man stelde dat de vrouw misbruik van recht maakte, maar dit werd verworpen.
De voorzieningenrechter had terecht aan de vrouw toestemming verleend, mede omdat zij de accommodatie had geboekt en de school van de minderjarige toestemming had gegeven voor het missen van vijf schooldagen. Het belang van de minderjarige werd daardoor niet geschaad.
De vordering van de man werd afgewezen omdat hij sinds de zomer van 2016 geen contact meer had met de minderjarige en er een bodemprocedure loopt over gezag en omgang. Het hof achtte het niet in het belang van het kind om de man nu toestemming te geven om alleen met het kind op reis te gaan.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vrouw vervangende toestemming verleent voor de reis naar Curaçao en wijst het verzoek van de man voor toestemming naar Suriname af.