Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 10 januari 2017
[appellante],
Stichting Woonplus Schiedam,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
primairop grond van de buitengerechtelijke ontbinding en
subsidiairop grond van wanprestatie, te weten a) handelen in strijd met de algemene voorwaarden van de huurovereenkomst of b) niet voldoen aan de betalingsverplichting. Naast ontruiming vordert Woonplus betaling van een huurachterstand, in eerste aanleg tot en met september 2016 berekend op € 6.108,26, in hoger beroep tot 1 december 2016 berekend op € 7.757,54, alles met rente, proceskosten en nakosten.
eerste twee principale grievenbetreffen de vraag of op 2 september 2016 (door de afgifte van de sleutel van de woning) een nieuwe huurovereenkomst is aangegaan, althans of [appellante] erop heeft mogen vertrouwen dat die is aangegaan. Met de
derde principale griefbetoogt [appellante] dat de kantonrechter ten onrechte heeft overwogen dat zij aansprakelijk is voor de gedragingen van degenen die zich met haar goedvinden in de woning bevinden, aangezien zij er vanwege haar visuele beperkingen niet op kon toezien dat de betreffende gedragingen van derden achterwege bleven; derden hebben misbruik van haar beperkingen gemaakt. De
vierde en vijfde griefkomen erop neer, dat Woonplus ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Woonplus was niet verplicht de overeenkomst te ontbinden en niet is gebleken dat Woonplus daarbij rekening heeft gehouden met het woonbelang van [appellante] en haar persoonlijke omstandigheden. Zij kan geen vervangende woonruimte vinden en komt niet in aanmerking voor noodopvang, omdat daar geen faciliteiten zijn voor mensen met een visuele beperking.
haar incidentele griefkomt Woonplus op tegen de afwijzing tot betaling van de huurachterstand. Woonplus voert aan dat [appellante] vanaf 1 oktober 2015 tot op de dag van de comparitie van partijen in het geheel geen huur of gebruiksvergoeding heeft betaald. Bij een achterstallige huur van minimaal drie maanden is volgens Woonplus ontbinding van de huurovereenkomst en vooruitlopend daarop in kort geding ontruiming van de woning gerechtvaardigd. Voorts wijst Woonplus op de eerdere veroordeling tot betaling van een huurachterstand. Ter onderbouwing van haar stelling heeft Woonplus een betalingsoverzicht overgelegd met betalingsverplichtingen beginnend met november 2015 (en dus niet met oktober 2015).