ECLI:NL:GHDHA:2017:747
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- C.M. Warnaar
- C. van Nievelt
- M. Th. Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in civiele zaak over nietigheid testament wegens vermeende geestelijke stoornis
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de vraag centraal of het testament van 4 april 2007, verleden door notaris [de executeur], nietig is wegens het ontbreken van een met de verklaring in het testament overeenstemmende wil, zoals bedoeld in artikel 3:34 lid 2 BW Pro. [De man] stelt dat erflaatster ten tijde van het testament leed aan dementie, waardoor zij niet wilsbekwaam was en het testament nietig moet worden verklaard.
Het hof bevestigt de rechtbank in haar oordeel dat de bewijslast voor de geestelijke stoornis en de invloed daarvan op de wilsvorming bij [de man] ligt. Ondanks het aanvoeren van diverse feiten en omstandigheden die wijzen op symptomen van dementie, ontbreekt een medische verklaring die deze stelling voldoende onderbouwt. Het bewijsaanbod van getuigen was onvoldoende concreet en bevatte geen medische deskundigen.
Verder oordeelt het hof dat de notaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld in zijn onderzoek naar de wilsbekwaamheid, ondanks een eerdere klachtprocedure waarin zijn handelswijze deels werd bekritiseerd. Het verzoek om benoeming van een deskundige wordt afgewezen vanwege het ontbreken van medische informatie die een dergelijk onderzoek zou rechtvaardigen.
Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en veroordeelt [de man] in de proceskosten van het hoger beroep. De vorderingen tot nietigverklaring van het testament en andere aanspraken worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het beroep af wegens onvoldoende bewijs van geestelijke stoornis die het testament nietig maakt.