ECLI:NL:GHDHA:2017:762
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens vermeend niet parkeren
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €89 wegens het niet voldoen van parkeerbelasting op een parkeerplaats aan de [A] te [B]. Hij voerde aan dat er geen sprake was van parkeren, maar slechts van kort stilstaan voor in- of uitstappen van passagiers of laden/lossen, en dat de parkeerplek niet fiscaal was aangewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden, en dat de auto op een fiscale parkeerplaats stond. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de hoorplicht wel was geschonden en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom de naheffingsaanslag terecht was opgelegd.
Het Hof overwoog dat de gemachtigde van belanghebbende niet op de uitnodiging voor de hoorzitting was verschenen en geen redenen had gegeven voor zijn afwezigheid, waardoor de hoorplicht niet was geschonden. Het Hof nam aan dat de auto geparkeerd stond en dat er geen sprake was van onmiddellijk in- of uitstappen of laden/lossen. De stellingen van belanghebbende waren onvoldoende onderbouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag parkeerbelasting en verklaart het hoger beroep ongegrond.