ECLI:NL:GHDHA:2017:892
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- F.G.F. Peters
- C. van Nievelt
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na langdurig feitelijk uiteengaan huwelijk
Partijen zijn in 2002 feitelijk uit elkaar gegaan, maar de echtscheiding werd pas in 2016 uitgesproken. De vrouw verzocht bij het echtscheidingsverzoek om partneralimentatie. Het hof oordeelt dat er geen grond is om nu nog partneralimentatie vast te stellen, omdat de huwelijkse samenleving al 15 jaar is beëindigd en de vrouw financieel onafhankelijk is geweest.
De man kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank waarin hij was veroordeeld tot betaling van partneralimentatie. Het hof overweegt dat de wettelijke maximale duur voor partneralimentatie twaalf jaar is en dat de lotsverbondenheid afneemt naarmate partijen langer uit elkaar zijn. Gezien het tijdsverloop sinds 2002 en het feit dat de vrouw sindsdien in haar levensonderhoud voorzag, is de lotsverbondenheid beëindigd.
De vrouw moet de eventueel ontvangen partneralimentatie terugbetalen. Daarnaast vernietigt het hof de beschikking over de verdeling van de boedel en bepaalt dat de man de helft van het boerenbont servies aan de vrouw moet afgeven. De overige verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot partneralimentatie af en bepaalt dat de vrouw ontvangen alimentatie moet terugbetalen.