ECLI:NL:GHDHA:2018:1152
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van bewusteloosheid bij verkrachtingszaak
In deze zaak stond verdachte terecht voor verkrachting van een vrouw die naar verluidt in een toestand van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde. De tenlastelegging betrof seksuele penetratie terwijl het slachtoffer niet in staat was weerstand te bieden.
Het hof heeft het bewijs zorgvuldig onderzocht, waaronder verklaringen van betrokkenen, laboratoriumonderzoek naar het alcoholgehalte van het slachtoffer en de omstandigheden rondom het delict. Er werd vastgesteld dat er onvoldoende aanwijzingen waren voor een toestand van totale bewusteloosheid of lichamelijke onmacht. Ook was het bewijs onvoldoende om te concluderen dat het slachtoffer in een zodanige staat van verminderd bewustzijn verkeerde dat zij redelijkerwijs geen weerstand kon bieden.
De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard, aangezien de verdachte werd vrijgesproken. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer in een toestand verkeerde waarin zij geen weerstand kon bieden.