ECLI:NL:GHDHA:2018:1238
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding ontnemingsmaatregel wegens tijdsverloop
Het gerechtshof Den Haag behandelde een verzoek ex artikel 577b Wetboek van Strafvordering tot kwijtschelding van een ontnemingsmaatregel opgelegd aan de veroordeelde. Deze maatregel was definitief vastgesteld in 2010 en betrof een bedrag van € 8.075,00.
De veroordeelde stelde dat het lange tijdsverloop van meer dan zeven jaar tussen de ontnemingsbeslissing en de daadwerkelijke executie aanleiding gaf tot kwijtschelding. Het hof stelde vast dat ondanks dit tijdsverloop geen gerechtvaardigde verwachting kon worden ontleend dat de executie niet meer zou plaatsvinden.
Het hof overwoog dat artikel 577b Sv niet van toepassing is op artikel 561 lid 1 Sv Pro en dat verjaring van de executie van de ontnemingsmaatregel niet is ingetreden. Ook achtte het hof dat de executie nog steeds een redelijk doel dient. Daarom wees het hof het verzoek tot kwijtschelding af.
De beslissing werd genomen na behandeling in raadkamer, waarbij de raadsman en de advocaat-generaal werden gehoord. Betalingsonmacht was niet gesteld of gebleken.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot kwijtschelding van de ontnemingsmaatregel af wegens het ontbreken van verjaring en het redelijke doel van executie.